010 -78.66.016 / 06 – 45225004

Veel gestelde vragen Elektriciteit

 

 

 

 

 

 

 

 

Hieronder hebben wij een aantal veel gestelde vragen vermeld.
Heeft u een vraag waarover u mischien meer advies wilt, neemt u dan gerust contact met ons op, misschien kunnen wij u van dienst zijn met het juiste antwoord.

 
 

 

Wanneer is een hoofdschakelaar verplicht

 

Een hoofdschakelaar is sinds september 2005 verplicht in elke groepenkast.
Dit geldt voor woningen waarvan de bouwvergunning na deze datum is afgegeven of
ingrijpende aanpassingen worden gedaan aan de elektrische installatie of groepenkast.

Wanneer is een aardlekschakelaar verplicht

Groepen met een overstroombeveiliging (stop/zekering) van ten hoogste 25 A waarvan
wandcontactdozen deel uitmaken, moeten zijn beveiligd door een aardlekschakelaar
met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA
Indien deze wandcontactdozen zijn aangebracht in ruimten waar sprake is van de
volgende gebruiksfuncties of subgebruiksfuncties:

1. woonfunctie;
2. logiesfunctie;
3. celfunctie;
4. onderwijsfunctie voor basisonderwijs;
5. onderwijsfunctie voor speciaal onderwijs;
6. bijeenkomstfunctie.

 

Kort samengevat:

 

In woonhuizen moeten bij het vervangen, uitbreiden of aanpassen van de
groepenkast alle groepen verplicht worden beveiligd door een aardlekschakelaar.

Vroeger bestond er nog onderscheid tussen zogenaamde natte en droge groepen.
Natte groepen waren bijvoorbeeld de keuken of de badkamer.
Toen hoefden alleen de stopcontacten van de droge groepen beveiligd te worden.
Tegenwoordig moeten alle stopcontacten verplicht beveiligd worden door een aardlekschakelaar.
Dus ongeacht het een natte of een droge groep is.

Het is niet verstandig om alles achter één aardlekschakelaar te plaatsen, omdat dan bij
uitschakeling de gehele installatie spanningloos raakt.
Er moeten dan ook altijd minimaal twee aardlekschakelaars worden toegepast.
Het is aan te raden om de groepen van één verdieping te verdelen over beide aardlekschakelaars.
In geval van storing heb je dan toch nog altijd een lichtpunt in de buurt.

Hoeveel groepen mogen er achter een aardlekschakelaar

Er mogen maximaal 4 groepen worden geplaatst achter één aardlekschakelaar.

Het maakt hierbij niet uit of deze groep 2 of 4-polig is uitgevoerd.

Toepassing aardlekschakelaars in kantoorpanden

 

In een nieuwbouw kantoorpand wordt een nieuwe verdeelkast geplaatst met daarin
een 4 polige hoofdschakelaar van 160 A. Met daarin een aantal krachtgroepen en een aantal groepen gecombineerd (werkplek wandcontactdozen en Lichtgroepen) heeft men de groepen niet beveiligd door middel van een aardlekschakelaar. Is dit toegestaan?

In kantoorruimten behoeven de wandcontactdozen niet achter een 30mA ALS geplaatst te worden.
Wel dient hierbij gekeken te worden of aanvullende bescherming, door middel van een aardlekschakelaar, niet om een andere reden gewenst is, bijvoorbeeld omdat er niet een voldoende
lage aardverspreidingsweerstand haalbaar is (dit geldt overigens doorgaans bij zgn TT-stelsels )
Bij een verdeler van 160A is altijd sprake van een TN-stelsel en is de circuitweerstand voldoende laag.

Er zijn internationaal wel discussies gaande om de Aardlekschakelaar ook verplicht te stellen in de kantooromgeving,maar zover is het nog niet.

Wanneer moet uw installatie aan de nieuwste normen voldoen

De bestaande installatie moet voldoen aan de eisen ten tijde dat de woning werd gebouwd.
Als aan deze installatie niets gebeurd dan zijn er geen aanpassingen nodig.
Wanneer er uitbreidingen/aanpassingen plaatsvinden aan de elektrische installatie dan
moeten deze voldoen aan de laatste normen.

 

Met betrekking tot de groepenkast betekend dat het volgende:

  • De groepenkast moet zijn voorzien van een hoofdschakelaar
  • De groepenkast moet zijn voorzien van minimaal 2 aardlekschakelaars
  • Geen onderscheid meer tussen "droge" en "natte" groepen
  • Er mogen maximaal 4 groepen worden beveilig door één aardlekschakelaar

Conclusie:
Elke nieuw aangelegde groep moet altijd worden beveiligd achter een aardlekschakelaar.

Waarvoor dient een beltransformator

Een beltransformator heeft u nodig voor de juiste werking van de deurbel.
De deurbel werkt namelijk op zwakstroom (meestal 8 Volt) en kan dus niet
op 230Volt worden aangesloten. Hiervoor gebruikt u een beltransformator.
De beltranformator zit meestal in de meterkast en zorgt ervoor dat de stroomvoorziening van 230 Volt naar meestal 8 Volt wordt omgevormd.

Wanneer moet men een aparte groep toepassen

Apparaten met een hoger vermogen dan 2000 Watt vereisen een aparte groep.


BIJVOORBEELD:

  • wasmachine
  • vaatwasser
  • combimagnetron
  • wasdroger
  • quooker
  • oven
  • inductiekookplaat t/m 7300 Watt achter een kookgroep
  • inductiekookplaat vanaf 7400 t/m 11.400 Watt achter een krachtgroep (3 fase)

Opmerking:
Elke nieuw aangelegde groep moet altijd worden beveiligd achter een aardlekschakelaar.

Hoeveel groepen mogen maximaal in een groepenkast

Op een 1 fase groepenkast (1x230Volt/35-40A) mogen maximaal 12 groepen.

Wat verstaat men onder een kookgroep (fornuisgroep)


Een kookgroep bestaat uit 2 gekoppelde groepen.
Als je bijvoorbeeld elektrisch wilt gaan koken, moet de groepenkast uitgebreid
worden met een zogenaamde kookgroep.


Een kookgroep kan toegepast worden bij kooktoestellen (inductie/keramisch) met een maximaal aansluitvermogen van ten hoogste 7300 Watt.

Bij kooktoestellen met een aansluitvermogen vanaf 7400 t/m 11.400 Watt dient gebruik te worden gemaakt van een krachtgroep, welke alleen kan worden toegepast bij een 3 fasen aansluiting.

Wat is een aardlekautomaat


Een aardlekautomaat is een installatieautomaat (groep) gecombineerd met een aardlekschakelaar.
Dit is een uitstekende oplossing voor bijvoorbeeld de tuinverlichting.

1 fase of 3 fase groepenkast

Als u een nieuwe groepenkast gaat kopen, dan moet u de keuze maken tussen een
1-fase en een 3-fase groepenkast. In de meeste huizen zit een 1-fase groepenkast.

Hoe komt u te weten welk type aansluiting u heeft ?

Dit kunt u controleren door op de KWh meter te kijken naar de aansluitwaarde.

- staat er 220/230 Volt op dan heeft u een 1 fase aansluiting.
- staat er 380/400 Volt dan heeft u een 3 fase aansluiting.

 

Het type aansluiting kunt u tevens nazien op het jaaroverzicht van uw energiebedrijf.

Wanneer overstappen op een 3 fase aansluiting

Voor uw woning zal in het algemeen een aansluiting met een hoofdbeveiliging van 1x35A
voldoende zijn.

Installaties tot 5500 VA (Watt) bij 230 Volt hebben meestal een hoofdbeveiliging van 1x25A (230Vx25A).
Installaties tot 8000 VA (Watt) bij 230 Volt hebben meestal een hoofdbeveiliging van 1x35A (230Vx35A).

De hierboven genoemde vermogens zijn het verwachte maximaal gelijktijdig af te nemen vermogen.
Dat wil zeggen: Het vermogen wat u gemiddeld gelijktijdig gebruikt.

 

Bij een te verwachten groter gelijktijdig vermogen, dus bij een gebruik van meer dan 8000 VA (Watt)
zult u dus een driefasen aansluiting moeten aanvragen.

De werking van een installatie-automaat (groep)

De werking van een installatie-automaat (groep)
De werking van een installatie-automaat (groep)
De werking van een installatie-automaat (groep)
De werking van een installatie-automaat (groep)
De werking van een installatie-automaat (groep)

Een installatieautomaat beveiligt de installatie tegen kortsluiting en overbelasting.
Kortsluiting kan bijvoorbeeld ontstaan door een defect in een apparaat.
Bij overbelasting wordt er teveel vermogen van een groep afgenomen.

Dit kan gebeuren als meerdere grote verbruikers aan staan, bijvoorbeeld bij
gelijktijdig gebruik van een waterkoker, een stofzuiger en een koffiezetapparaat.


Maar ook als men een droger koopt en deze op dezelfde groep als de wasmachine aansluit.
Daarom moeten een wasmachine en een droger altijd op twee verschillende groepen aangesloten worden.

Een installatieautomaat heeft dezelfde functie als de oude stoppen, de smeltzekeringen.
Het voordeel van de automaat is dat deze niet defect raakt, maar weer ingeschakeld kan
worden zodra de oorzaak van het uitschakelen verholpen is.

De werking van een aardlekschakelaar

Een aardlekschakelaar is een extra beveiliging van de installatie.
Er kunnen fouten optreden waarbij de installatieautomaat (nog) niet uitschakelt.
Vaak heeft dit te maken met oude apparaten in een vochtige omgeving, zoals een koelkast of vrieskist. Er kan gevaar ontstaan als de aarding van zo'n apparaat niet in orde is.Het apparaat kan dan onder stroom komen te staan zonder dat dit leidt tot uitschakeling van de installatieautomaat. In dat geval biedt de aardlekschakelaar extra veiligheid.


Al bij een kleine lekstroom schakelt de aardlekschakelaar uit.
Zo staat er geen spanning meer op het apparaat en kan je het zonder gevaar aanraken.
Als de aardlekschakelaar uitgeschakeld is ga je als volgt te werk:

  • Schakel de groepen achter de betreffende aardlekschakelaar uit.
  • Schakel de aardlekschakelaar weer in.
  • Schakel de groepen één voor één weer in.
  • Zodra de aardlekschakelaar weer uitschakelt, laat je desbetreffende groep uit.
    de overige groepen kunnen ingeschakeld blijven.

Veel mensen weten dit niet, maar een aardlekschakelaar moet regelmatig getest worden.
Op de aardlekschakelaar zit een testknop.
Zodra deze wordt ingedrukt moet de aardlekschakelaar automatisch uitschakelen.
Reageert de aardlekschakelaar niet op de testknop, neem dan contact op met uw elektricien.

Veiligheidsaarding

De veiligheidsaarding heeft een heel speciale functie.

Deze wordt zo genoemd omdat deze draad direct, en zonder onderbrekers naar de
aardelektrode gaat die zo diep in de grond is geplaatst, dat zij altijd in het grondwater staat.

In oude huizen zie je nog wel eens dat er geen aardelektrode/aardpen aanwezig is, maar dat
de waterleiding gebruikt wordt als aarding.

Toen de waterleidingen ook ondergronds nog van koper gemaakt waren gaf dat een prima
aardleiding,
met de huidige kunststof leidingen kan en mag dat niet meer .

Conclusie:

- De aardleiding dient verbonden te zijn met een aardpen.

De aardleiding wordt in sommige gemeenten gekoppeld aan de aarding die deel uitmaakt
vanuit de voedingskabel van uw energiebedrijf.

Wat is een lekstroom

Een lekstroom kan ontstaan doordat een storing is opgetreden in een apparaat waarbij op het
metalen chassis elektrische spanning komt te staan.
Bij een zogenaamd geaard apparaat zal de lekstroom via de wandcontactdoos wegvloeien.
Bij een niet geaard apparaat, zal bij aanraking de elektrische stroom door het lichaam wegvloeien naar aarde. In beide gevallen is de retourstroom niet gelijk aan de stroom die het huis via de aardlekschakelaar is ingegaan, de aardlekschakelaar treedt in werking voordat de situatie levensbedreigend is geworden.

Aandachtspunten bij de aanleg van een nieuwe groep

BIj het aanleggen van een nieuwe groep dient u rekening te houden met het volgende:

Bij het aanpassen van de groepenkast is men verplicht de nieuw te plaatsen eindgroep achter een aardlekschakelaar van maximaal 30mA (=0,03A) te plaatsen.

Met andere woorden: de volledige installatie moet dan worden aangepast en achter twee aardlekschakelaar van maximaal 30mA worden geplaatst en dus ook de wasmachine.
Let wel even op, want er mogen maximaal maar 4 groepen op één aardlekschakelaar.

De aanwezigheid van aardlekschakelaars in nieuwe en gewijzigde huisinstallaties is in Nederland volgens de NEN 1010 sinds 1975 verplicht. Ze worden veelal in de groepenkast opgenomen.
In installaties na 1996 en sinds 1 september 2005 is het zelfs verplicht, om in woningen waarvan de bouwvergunning is afgeven na deze datum, alle eindgroepen in de groepenkast verdeeld achter twee aardlekschakelaars van 30mA te plaatsen (bij meer dan twee eindgroepen).

Garantie

Op alle geleverde producten krijgt u drie jaar garantie.

 

 

 

VERMOGEN & ENERGIE

 

Een elektrische spanning en stroom kunnen een kracht(vernmogen) leveren.Hoeveel vermogen (kracht) er geleverd moet woprden,hangt af van de weerstand die overwonnen moet worden.Wordt gedurende een bepaalde tijd een toestel(vermogen) aangesloten op een elektriciteiotsnet,dan verbruikt dit toestel elektrische energie.De elektrische energie komt uiteindelijk uit de brandstof die een elektriciteitscentrale gebruikt.Voor het gebruik moet betaald worden, plus dat de kosten voor transport bij de gebruiker in rekening wordt gebracht.In de meterkast,die in elke woning zit,wordt de hoeveelheid gebruikte elektrische geregistreerd(gemeten) door de kilowattuurmeter(kWh-meter)

 

 

Vermogen.

 

Worden een gloeilamp van 25 W en een gloeilamp van 100W aangesloten op een spanning van 230V,dan kan het volgende worden waargenomen:de gloeilamp van 100W geeft meer licht dan een gloeilamp van 25W.Er kan dan ook gezegd worden: de prestatie van de lamp van 100 W is groter dan die van 25W

Ook bij andere elektrische toestellen is het verschil in prestatie waarneembaar.Een motor in een stofzuiger kan een grotere kracht(prestatie) leveren dan een motortje in een elektrische klok.maar kan minder kracht leveren dan een elektromotor die wordt toegepast in bijvoorbeeld een hijskraan.Dit verschil in prestatie wordt, in de elektrotechniek het verschil in vermogen genoemd.De prestatie die in seconden wordt geleverd,is het vermogen.Een groter vermogen kan per seconde een grotere prestatie leveren.Op een toestel staat meestal het vermogen aangegeven.

 

Een onderzoek naar het verschil in vermogen(kan worden gedaan met de volgende meting: Twee gloeilampen met een verschillend vermogen worden aangesloten op 230 V met een verschillend vermogen.Een lamp heeft bijvoorbeeld een vermogen van 100 W en de andere een vermogen van 25 W. Wordt vervolgens de stroom gemeten die door de lamp wordt opgenomen,dan blijkt dat de lamp van 100W meer stroom opneemt dan die van 25 W.Om de hoeveelheid lichtopbrengst die hoort bij de lamp van 100 W te krijgen,is meer stroom nodig.De geleverde prestatie (in dit geval hoeveel licht) wordt dus bepaald door de grootte van de opgenomen stroom. Hoe groter de stroom,hoe meer licht.

 

Worden vervolgens de genmeten stroom en gegeven spanning berekeningen uitgevoerd,dan blijkt dat de gemeten stroom vermenigvuldigd wordt met de gegeven spanning,het vermogen berekend wordt.Ook bij andere elektrische toestellen blijkt steeds: stroom maal spanning is vermogen. Er geldt dan ook: Elektrische vermogen = elektrische spanning x elektrische stroom.

De grootheid vermogen wordt aangegeven met het symbool P en de eenheid Watt.

De formule voor het vermogen is nu als volgt: P=U.I

 

Energieverbruik:

Om een elektrisch toestel te laten werken,wordt dit aangesloten op het elektriciteitsnet.Het toestel zal,als dit ingeschakeld wordt,een elektrische spanning en stroom nodig hebben om te kunnen werken.De gebruikte,of beter de geleverde spanning en stroom,is de gebruikte energie.Hoeveel elektrische energie gebruikt wordt,hangt af van de tijd dat het toestel ingeschakeld staat.Hoe langer ingeschakeld,hoe meer enegie geleverd moet worden.Er geldt dus:Verbruyikte energie= spanning.stroom.tijd.

Verbruikte energie = U.I.t.

Spanning maal stroom is gelijk aan het vermogen en wordt aangegeven met P.De tijd wordt aangegeven met t,zodat geldt: Verbruikte energie = P.t.

De gebruikte hoeveelheid eklektrische energie wordt ook wel de elektrische arbeid genoemd en wordt gemeten met een kWh-meter,zie afbeelding.

 

 

 

kWh- meter

 

 

Energie wordt aangegeven met het symbool (hoofdletter) W.Omdat er verschillende vormen van energie zijn,zoals thermische,mechanische,elektrische energie enzovoort,wordt vaak met zogenaamde vo9etnoot aangegeven welke vorm bedoeld wordt.

 

Thermische energie met W/ th

Mechanische energie met W/ m

Elektrische energie met W/ e


Voor de verbruikte hoeveelheid elektrische energie geld nu de volgende formule: W /e = P.t

 

Wellicht is dit voor jou ook heel belangrijk om te weten:

DRAAISTROOM.Naast de eenfase wisselspanning wordt in de elektrotechniek ook vaak gebruik gemaakt van een driefasewisselspanning.Driefsewisselspanning is ook bekend als draaistroom of krachtstroom.Driefasewisselspanning is een stelsel van drie wisselspanningen die tot 1 bijelkaar behorend geheel zijn gekoppeld.Eenfasewisselspanning: Bij de theorie over het opwekken van wisselspanning is dat een magneet zich met een eenparige snelheid langs een spoel (U) beweegt en hierin een spanning wordt opgewekt.De opgewekte spanning verandert voortdurend van grootte en richting en wordt een sinusvormige wisselspanning genoemd. De spanning op deze manier opgewekt,wordt ook wel eenfase spanning genoemd.